Er was eens een bedelaar. Langzaam begonnen mensen te beseffen dat hij eigenlijk een heel wijs man was. Ze gingen hem opzoeken om over allerlei zaken raad te vragen. Zijn reputatie verspreidde zich. De koning hoorde van hem, ging ook bij hem te rade en stelde vast dat hij werkelijk wijs was. De koning besloot hem aan te stellen als zijn eerste minister.
De bedelaar zei: “Ik ben bereid eerste minister te worden als ik u nuttig kan zijn, maar u moet me één kamer in het paleis geven waar ik bepaalde dingen zal bewaren. Elke dag zal ik daar één uur doorbrengen. Nooit mag u me vragen wat ik daar doe. Nooit mag u binnengaan om te zien wat er is.”
De koning ging akkoord. “Wat is het probleem? Hou maar gewoon je kamer, ik hoef niet te weten wat erin is.”
De tijd verstreek. Elke dag ging de bedelaar die kamer binnen, bracht er een uur door en kwam dan weer naar buiten om zijn ministerstaken uit te voeren. De minister was zo briljant en wijs dat de koning enorm profiteerde van zijn diensten.
Toch begon het de koning na verloop van tijd dwarszitten. Op een dag zei hij: “Ik wil zien wat er in die kamer is.”
De bedelaar antwoordde: “U heeft beloofd nooit te zullen kijken.”
Dat maakte de koning alleen maar nieuwsgieriger. Er moest iets in die kamer zijn wat hij verborgen probeerde te houden. Het werd hem te machtig en hij dwong de minister om de deur te openen.
Het was een lege kamer, met één kapstok aan de muur. Daar hingen de oude vodden van de bedelaar. De koning keek overal om zich heen. Geen goud, geen stapels geld, niets. Alleen de lompen die de bedelaar vele jaren geleden droeg.
“Waarom deze vodden?” vroeg hij.
De minister zei: “Elk dag, één uur lang, trek ik al deze rijke kleren uit. Ik trek die vodden aan en zit hier. Om nooit te vergeten wie ik ben. Dat heeft me in evenwicht gehouden. Ik ben nooit verloren gegaan in de rijkdom en de luxe die u me hebt gegeven. Maar nu u uw belofte heeft gebroken, moet ik gaan.”
Hij verkleedde zich in zijn vodden en vertrok.
Het is dus goed om af en toe alles even opzij te zetten. Al de onzin die je in je leven hebt verzameld. En gewoon kaal te zijn. Gewoon een naakt mens. In veel opzichten is dat wat meditatie is: alle franjes wegsnijden en daar gewoon zitten als kaal leven, niets anders.