Zelfstandige zijn = geloof in eigen kunnen
Een principe over investeren waar ik altijd achter heb gestaan, is dit: als je als zelfstandig ondernemer cashoverschotten op je rekening hebt, rijst vroeg of laat de vraag wat je daarmee gaat doen.
Veel ondernemers kijken dan direct naar buiten: de beurs, vastgoed of andere externe projecten.
Mijn oordeel is echter altijd geweest dat je in de eerste plaats alle middelen die je hebt, moet inzetten voor je eigen zaak.
Investeren in iets externs impliceert voor mij, bewust of onbewust, dat je niet meer volledig in je eigen onderneming gelooft.
Focus versus spreiding
Natuurlijk hoor je vaak het tegenargument: “Je moet je risico’s spreiden.”
Dat kan waar zijn, maar in mijn ogen getuigt het van een gebrek aan overtuiging. Als je echt gelooft in wat je zelf bouwt, waarom zou je dat kapitaal dan ergens anders onderbrengen?
Je eigen zaak zou de plek moeten zijn waar jouw middelen het meeste renderen, zowel financieel als gevoelsmatig.
Een nieuwe fase: van groei naar zingeving
Onlangs besprak ik deze gedachte met mijn vrouw.
Zij plaatste een belangrijke kanttekening: dit principe geldt vooral als je een ‘echte’ zaak hebt, en niet wanneer het gaat om een side hustle of een hobby. En daar heeft ze gelijk in.
In mijn huidige situatie is mijn zaak niet langer een instrument voor winstmaximalisatie of agressieve groei.
Vandaag is mijn onderneming voor mij een manier om scherp te blijven, fysiek bezig te zijn, structuur te behouden en een doel in mijn leven te hebben.
De vrijheid van de latere loopbaan
Waar andere gepensioneerden gaan fietsen of met verenigingen op uitstap gaan, heb ik mijn zaak om me mee bezig te houden.
In die context vervalt mijn oude regel van “al je geld in je eigen zaak stoppen”.
De beperkte spaarcenten die ik nu heb, hoef ik niet meer te herinvesteren in de zaak om deze te laten groeien.
Ik mag ze nu met een gerust hart elders investeren.
En dat voelt, in deze fase van mijn leven, ook volkomen juist aan.
