Zoals je hier kunt lezen ben ik de zoon van boerenkinderen. Ik leerde pas met bestek eten rond mijn veertiende jaar. Toen ging ik voor het eerst met kennissen naar een zelfbediening in de buurt. Dat was mijn eerste ervaring met eten met mes en vork.
Zelfs nu voel ik mij nog meer op mijn gemak om gewoon met een vork te eten. Het is comfortabel, gemakkelijker en voelt natuurlijker aan.
Ik ben ondertussen wel vaak op restaurant geweest, maar ik ben geen fijnproever. Ik kies meestal hetzelfde gerecht.
Fijne restaurants, dure restaurants, waren nooit echt voor mij. Ik voelde me daar eerlijk gezegd niet echt op mijn gemak. Dat is nog altijd een beetje zo.
Geen wijn of bier
Dat heeft onder andere te maken met drank. Fine dining staat voor Food & Wine en ik lust geen wijn en ook geen bier.
Men vraagt vaak: “Kun je dat niet leren?”
Ik heb het geprobeerd, echt, want het is een gemis. In een vroeger leven kwam ik veel in contact met een echte wijnkenner. Hij liet me alle soorten wijn proeven. Maar telkens weer: nee. Alleen al de geur van wijn vind ik niet aangenaam.
Een wit wijntje gaat nog, omdat het fris is, maar niet omdat ik het lekker vind.
De enige uitzondering is een zoete witte wijn. Daar kan ik wel van genieten, maar kenners beschouwen dat niet als echte wijn. Dat is eerder iets voor bij een dessert.
Aan tafel komt dus altijd de discussie: wat ga je drinken? Ik kies cola of plat water.
Voor mij zijn water of cola de neutrale smaken. Water noemden ze op tv ooit de “nulsmaak”.
Namen en Gerechten
En dan zijn er nog die namen van gerechten. Ik weet vaak niet wat het betekent. Dan moet ik raad vragen aan mijn partner: “Wat is dat?” en “Hoe wordt dat gemaakt?” Dat helpt natuurlijk niet om mij op mijn gemak te voelen.
Een anekdote: rond mijn dertigste zat ik in een prachtig restaurant in Parijs, aan een supergedekte tafel. Er stonden schoteltjes met kleine bolletjes. Ik dacht dat het fijne aardappelbolletjes waren. Ik at er een paar, totdat ik doorkreeg dat het… boterbolletjes waren.
Dat toont wel aan dat mijn kennis van fijn eten nooit hoog is geweest. En dat is vandaag nog steeds zo.
Het Gedoe in Chique Restaurants
En dan die hele etiquette in zulke restaurants: het servietje dat op je schoot wordt gelegd…
Dan nog de prijs. Ik vind het te duur voor wat het is.
En ik ben geen fijnproever. Die delicatesse en finesse kan ik niet appreciëren. Ik heb het nooit geleerd en er ook nooit moeite voor gedaan.
Kortom: duizend redenen waarom ik niet hou van chiquere restaurants.
Toevallig in een Toprestaurant
Onlangs gingen we overnachten in Nederland. Het hotel bleek een restaurant te hebben. We hebben er gegeten: lekker, goed bediend. De prijs was stevig, maar alles was in orde.
Achteraf vernamen we dat het restaurant een hoge score had in Gault&Millau: 14,5 punten. Dat werpt natuurlijk een ander licht. Daarom deden ze zoveel moeite. Uitleg bij elk gerecht: wat het is, hoe het gemaakt wordt. Voor mij voelt dat meer als een lofzang op de kok dan als een meerwaarde voor de smaak.
Maar goed, we waren dus toevallig in een restaurant met een hoge score. En ja, tof.
Nieuwe Invloeden
De zaken zijn nu een beetje gekanteld. Mijn dochter heeft namelijk een relatie met een kok in een restaurant met 13,5 op de schaal van Gault&Millau. Hij heeft ook gewerkt in andere fine dining restaurants. Iemand uit het vak dus.
Die man wil vaak gaan eten in andere restaurants, om te zien wat hij daar kan leren. Dat begrijp ik.
Een Ander Perspectief
Daarnaast heb ik het boek van Will Guidara gelezen: Unreasonable Hospitality. Dat gaat niet over eten, maar over restaurants. Over alles rond het eten, de beleving dus.
Dat gaf mij een totaal ander zicht op fine dining. En eerlijk: we hebben opnieuw geboekt in datzelfde hotel, bij datzelfde restaurant. Ik ga er deze keer met een totaal andere blik naartoe.
Met andere woorden: ik ben nu meer geïnteresseerd in fijne restaurants. Zo zie je hoe één feit je blik kan doen kantelen.
Wijn is nog steeds niets voor mij. Bier trouwens ook niet. De hopsmaak is gewoon niets voor mij. Maar ik kijk nu wél uit naar een chique restaurant.
En wat dat oncomfortabele gevoel betreft: ik ben oud genoeg om mij daar niets meer van aan te trekken.
Wordt vervolgd.
