Google bereikte een punt waarop maximale groei in de zoekmarkt bijna onmogelijk was geworden, aangezien ze al 90% van de markt in handen hadden.
Deze dominantie werd deels kunstmatig in stand gehouden door twijfelachtige praktijken, zoals het jaarlijks betalen van 20 miljard dollar aan Apple om te voorkomen dat zij een eigen zoekmachine zouden ontwikkelen.
Omdat het aantal gebruikers niet meer organisch kon groeien, zocht de top van het bedrijf naar andere manieren om de omzet te verhogen.
Twee strijdende facties
Uit interne memo’s, die door het Amerikaanse Ministerie van Justitie openbaar werden gemaakt, bleek dat er een bittere strijd ontstond tussen twee kampen over de koers van het bedrijf:
-
Prabhakar Raghavan (de ‘zakelijke’ kant): Deze ex-McKinsey topman stelde een cynische strategie voor: maak de zoekmachine doelbewust slechter. Zijn logica was dat gebruikers vaker moesten zoeken als ze niet in één keer het juiste antwoord vonden. Elke extra zoekopdracht was een nieuwe kans om advertenties te tonen en zo meer winst te genereren.
-
Ben Gomes (de ‘oude garde’): Een Google-pionier van het eerste uur die de zoektechnologie had opgebouwd. Uit de memo’s bleek zijn oprechte afschuw over dit plan. Zijn enige argument was dat hij zijn hele leven niet had gewijd aan het bouwen van een superieure zoekmachine om deze vervolgens opzettelijk te verslechteren.
De uitkomst: Geld boven kwaliteit
Raghavans antwoord was puur financieel: hij stelde dat het verslechteren van de zoekmachine simpelweg meer geld zou opleveren en dat er niets ergs met het bedrijf zou gebeuren als ze dit deden.
Uiteindelijk bleek dat geld de doorslag gaf en de visie van de technologische ethiek werd weggeschoven. Google maakte de zoekmachine minder efficiënt om de advertentie-inkomsten te maximaliseren.
