Hoe harder je werkt
Ik heb twee dochters, allebei volwassen vrouwen, twee rotsen in mijn branding. De ene heeft pas een huis gekocht: veel werk, veel plannen, veel dromen. De andere leeft graag, heeft een goede job met doorgroeimogelijkheden en is daarnaast flink aan het bijstuderen. Ze geniet van het leven, maar heeft daardoor ook altijd geld nodig, zoals iedereen trouwens. Daarom zoekt ze extra inkomsten en heeft ze een reeks side hustles naast haar vaste job om haar levensstijl te kunnen betalen. Ze werkt dus heel hard, heel veel, om bij te verdienen.
Dat bijverdienen gebeurt in onze cultuur vandaag vaak via systemen zoals de flexi-jobs. Mijn dochter doet er meerdere in het weekend. Regelmatig hoor ik: “Papa, ik moet uitslapen, gisteren lang gewerkt, straks ga ik nog iets drinken met vriendinnen.” Werken, werken, werken.
Werknemer of zelfstandige
Ikzelf ben heel mijn leven zelfstandige geweest. Al lang geleden zei ik: iemand die gewoon gaat werken, kan op voorhand uitrekenen hoeveel hij ooit zal verdienen, welke vakanties hij zal hebben en hoe vaak. Het is allemaal voorspelbaar en berekenbaar. Iemand die daarentegen een zelfstandige activiteit begint, krijgt te maken met risico’s, maar ook met kansen. Kansen om door te groeien en boven het gemiddelde uit te stijgen. Maar daarvoor moet je een activiteit starten met een hoger rendement. Vandaar mijn overtuiging: hoe harder je werkt, hoe minder je kunt verdienen.
Miljoenen mensen zijn vandaag een radertje in de grote machinerie. Er wordt gerekend op velen die per uur werken, ten voordele van een kleine groep die niet werkt. Het komt erop aan om uit dat systeem te stappen. Of het mijzelf gelukt is, kan ik niet met zekerheid zeggen. Ik ben mijn hele leven zelfstandige geweest, maar eerlijk: als je als zelfstandige toch per uur werkt voor iemand anders, ben je eigenlijk nog altijd een verkapte werknemer. Dan blijf je uur per uur ruilen voor geld. Of ik er écht in geslaagd ben, is dus een vraagteken.
Overdracht en toekomst
Mijn dochter is jong. Vanuit mijn ervaring en kennis bekijk ik met trots hoe hard zij werkt, maar tegelijk vraag ik me telkens af: kan het niet efficiënter, kan het niet anders? Hoe kan ik haar helpen om uit dat systeem te breken en een stap verder te zetten?
Ikzelf heb intussen mijn pensioenleeftijd bereikt. Wat ik professioneel doe, is nu beperkt in de tijd. Ik beschouw het eerder als bezigheidstherapie en als fysieke en mentale uitdaging. Ik ben er graag mee bezig, maar als het morgen stopt – door wetgeving, door omstandigheden, of door iets onverwachts zoals een nieuwe COVID-crisis – is dat geen ramp. Alles is betaald, ik doe het niet meer voor het geld.
De vraag die mij vandaag bezighoudt, is: hoe kan ik mijn wijsheid en mijn manier van leven doorgeven aan mijn dochters?
