Ik ben in Essen en ik krijg een telefoontje van een van de poetsvrouwen. “Er ligt hier iemand voor de deur van Astrid 5.” Ze was heel erg geschrokken. Die meneer wou naar binnen, want zijn vrienden zouden in de 5 verblijven. Ik kijk alles na: het is onmogelijk dat in Astrid 5 bekenden verblijven van die persoon. Dus die meneer moet vertrekken. Ik ben nogal streng en boos, ik dreig met de politie. Hij was dan ook weg.
In de kelder
Drie uur later ga ik, eerder toevallig, naar het Astridgebouw om wat na te kijken. Ik ga de kelder binnen, en daar lag iemand op de grond. In de stookruimte. Hij had een dekentje uitgerold. We hebben wat gebabbeld (met behulp van een AI translater). Gewoon een vriendelijke mijnheer, een Pool. Ik had een leegstaande studio en heb die aangeboden aan een extra lage prijs. Blijkt dat hij geen gsm heeft, geen geld, niks, nada. Het enige contact dat hij heeft is een naam, een Christophe. Ik zeg dat hij naar de politie moet gaan, dat ik hem niet verder kan helpen.
Hij kon toch niet in de kelder blijven. Dus toen ik vertrok zat hij buiten op de bank. In appartement 4 zaten Poolse gasten; ik heb voorgesteld om op die mensen te wachten om eventueel te overleggen en raadde aan om met de politie te praten, tevergeefs. Met de politie wou hij niks te maken hebben. Ik heb hem daar achtergelaten, op de bank.Hij sprak ook over de Poolse ambassade, maar dat is dan in Brussle, niet in Mechelen.
De politie
Vanuit een andere locatie bel ik de politie: “Er zit iemand voor de deur van mijn Astridgebouw”, en ik vertel het ganse verhaal. Hun vraag: “Ja, wat moeten we nu doen?” Ik zeg: “Ik kan niks doen, ik geef het probleem gewoon aan u door.” Hun antwoord: “Dan moet hij naar de Poolse ambassade.” Maar hij heeft niks. “Ja meneer, als hij niemand tot last is en u kan niet zien dat hij daar nog is, dan kunnen wij niks doen. Wij moeten onze prioriteiten stellen. Er is geen klacht, geen overlast. Dus als je zeker bent dat hij daar nog is, dan mag je ons opnieuw bellen. Nog een prettige dag.”
Terug naar Astrid
Een uurtje later, ik ben thuis, alles afgewerkt, maar het blijft knagen. Dat was een vriendelijke persoon die in de penarie zat, in een vreemd land met niks, geen papieren, geen gsm, en zelfs de Engelse taal niet machtig.
Dus ik nam me voor: ik wandel terug naar Astrid, en als hij er nog zit, mag hij één nacht in de studio verblijven. Hij zat er nog. Ik heb hem de studio gegeven en daar bovenop 50 euro, zodat hij de volgende ochtend een trein naar Brussel kan pakken. Hij was heel dankbaar. Ik hoop dat ik er geen spijt van krijg, uiterlijk vertoon en gedrag zegt maar een beetje over iemand.
Want het verhaal van de verkoper langs de straat in Zuid-Amerika zat me echt dwars (zie Straatventer in La Paz). Anders lig ik er weer dagen wakker van dat ik hem niet geholpen heb. En wat kost mij dat nu? Een nacht in een studio die toch leegstond, en 50 euro.
Het doet me ook denken aan de fabel van het kindje dat zeesterren in de zee gooit, van de duizenden die op het strand liggen. Wat haalt dat nu uit? Ja, voor die duizend niks. Maar voor die ene zeester is het een wereld van verschil. Ik hoop dat ik hier voor iemand een wereld van verschil heb gemaakt. Oké, ik heb mijn eigen goede gevoel afgekocht, natuurlijk. Maar vanavond kan hij eten en slapen. Morgenvroeg is een nieuwe dag, en dan zullen we wel zien.
Naschrift
De volgende ochtend was hij weg.