Ik zie een spreuk passeren over ‘de vuurtoren’. Een vuurtoren redt geen schip, hij herinnert het schip eraan waar thuis is. De vuurtoren gaat de storm niet in; zijn licht wel. En het deed mij denken aan dit: je kunt niet iedereen redden of er altijd voor iedereen zijn, maar je kunt proberen het licht te zijn voor iemand die in een storm zit.
Een andere erfenis
Daarbij aansluitend ving ik ergens een idee op. In Amerika, maar ook bij ons, richten vermogende families soms een fonds op voor hun kinderen. Dat fonds is bedoeld om generaties lang te blijven bestaan, ongeacht wat er in het leven van de kinderen gebeurt. Ik bevind me niet in de positie om een fonds op te richten, niet voor mijn kinderen en niet voor mijn kleinkind. Maar draai het eens om. Wat als we onze kinderen en kleinkinderen kunnen meegeven dat er altijd een plek is waar ze op kunnen terugvallen, waar ze ook zijn, wanneer ze die ook nodig hebben en in welke fase van hun leven ook?
Niet symbolisch, niet virtueel, maar een echte, fysieke plaats.
Ik heb hier een tweede appartement en we geven dat een heel specifiek doel: een toevlucht voor de kleinkinderen, de mijne en die van Miranda. Niet om te verkopen. Gewoon zodat ze weten dat er een plaats is, om het even waar ze zijn, om het even hoe goed of slecht ze het hebben. Een appartement dat altijd beschikbaar is binnen een korte termijn.
De twijfel
Is dat juridisch uit te werken? En is het wel een goed idee? Want het staat haaks op een ander gedachtengoed: ‘dat ik mijn kinderen moet vertrouwen’. Dat ik mijn geld niet moet oppotten tot mijn laatste dag om alles te laten erven. Ik wil hun zoveel mogelijk en zo snel mogelijk geven. Dat bedoel ik met vertrouwen. Ik kan ook denken: als je het niet goed beheert, ben je het volgend jaar kwijt, dus ik bescherm het voor jou en je krijgt het in schijfjes, elk jaar een mooi cadeau. Maar dan doe ik dat voor mijn eigen plezier, om cadeaus te kunnen geven. Ze zijn er beter mee als ze het zo snel en zo veel mogelijk krijgen. Dus een appartement kan ik ook gewoon aan mijn kinderen geven, en zij doen ermee wat het beste is voor hen, en dus ook voor mijn kleinkinderen.
Maar ergens heeft het wel iets avontuurlijks, romantisch. Dat de vava een schuilplaats achterlaat voor de kinderen en de kleinkinderen, een toevlucht die misschien nog nodig zal zijn, met alles wat er op ons afkomt. Het is een idee. We zullen wel zien. Misschien eens juridisch laten uitzoeken of zoiets kan.