Peter Singers gedachte-experiment over het ‘verdrinkende kind’ is een van de beroemdste en meest prikkelende morele vragen ooit. Het scenario is simpel:
Stel je voor dat je door een park wandelt. Je draagt je gloednieuwe schoenen en een peperdure outfit. Plotseling zie je in een vijver vlakbij een kind spartelen. Het kind schreeuwt om hulp omdat het niet kan zwemmen.
Singer stelt de vraag: spring je het water in om het kind te redden, of loop je door om je dure kleding en schoenen droog en netjes te houden?
Waarom we altijd zouden springen
Vrijwel iedereen zou zonder twijfel in het water springen. Het zou moreel onverdedigbaar zijn om je geld of je bezit belangrijker te vinden dan het leven van een kind dat voor je neus verdrinkt.
De confronterende waarheid
In zijn boek Famine, Affluence, and Morality trekt Singer deze logica echter door naar ons dagelijks leven. Hij stelt dat we feitelijk hetzelfde doen als we het lijden van kinderen in verre landen negeren, simpelweg omdat ze buiten ons gezichtsveld zijn.
Wanneer we ons geld uitgeven aan luxeproducten zoals een nieuwe smartphone, een snellere auto of een groter huis dan kiezen we in feite voor ons eigen bezit boven het leven van iemand die we niet kunnen zien.
De filosofie: Nuttigheidsdenken (Utilitarisme)
Singer baseert zijn argument op een nuchtere vorm van nuttigheidsdenken, in de filosofie ook wel utilitarisme genoemd. Dit houdt in:
-
Maximale impact: Je probeert altijd die actie te kiezen die het meeste welzijn oplevert voor het grootste aantal mensen.
-
Consistentie: Als je bereid bent je schoenen op te offeren voor een leven dichtbij, zou je moreel gezien hetzelfde moeten doen voor een leven ver weg. De afstand verandert namelijk niets aan de waarde van dat leven.
De conclusie is hard: De ‘vijver’ van Singer is overal. Elke luxe-aankoop die we doen, is eigenlijk een gemiste kans om ‘in de vijver te springen’ en een leven te redden.
